Een codec (coder-decoder) zet de stem van de beller om in digitale gegevens voor het netwerk, en aan de andere kant weer in geluid. De codec bepaalt hoeveel bandbreedte een gesprek verbruikt en hoe natuurlijk de stem klinkt. Bij het opzetten van een gesprek sommen beide kanten in hun SIP-berichten de codecs op die ze ondersteunen, en ze kiezen er een die ze allebei kennen.
De drie codecs die je op de meeste zakelijke lijnen tegenkomt:
- G.711: ongecomprimeerd geluid in telefoonkwaliteit, met een bitrate van 64 kbit/s. Het is de kwaliteitsreferentie en bijna elke operator ondersteunt het, maar het verbruikt de meeste bandbreedte: ongeveer 87 kbit/s per gesprek, met de netwerkoverhead erbij.
- G.729: comprimeert de stem tot 8 kbit/s, ongeveer 31 kbit/s met overhead. Handig als de bandbreedte krap is, met een klein verlies aan geluidskwaliteit.
- Opus: een moderne, open codec die zijn bitrate aan de verbinding aanpast en breedbandgeluid kan overbrengen, zodat stemmen helderder klinken dan op een klassieke telefoonlijn. Browsers gebruiken Opus voor WebRTC-gesprekken.
Hebben de twee kanten geen codec gemeen, dan transcodeert het platform: het zet de ene codec om in de andere, wat iets meer vertraging en rekenwerk geeft. Hoeveel bandbreedte heb je nodig? Vermenigvuldig de bandbreedte per gesprek met het aantal gelijktijdige gesprekken, en hou marge over voor ander verkeer.
De SIP-trunk van OVOKY ondersteunt G.711, G.729 en Opus.